Kriebels in de buik – week van maandag 16 augustus tem maandag 23 augustus

MAANDAG 16 AUGUSTUS – Deja vu

In onze Carrefour staat sinds kort een kleingeldautomaat. Het is echt een handig toestel. Je legt al je kleine centjes op een soort van lade. Die schuif je dan allemaal met je hand in een grote gleuf, er kunnen er veel en snel tegelijk door. Het toestel telt alles automatisch, en ook dat gaat razendsnel. Als je gedaan hebt, kan je een bon laten afdrukken ter waarde van het bedrag dat je in het ding hebt gegooid. Het ziet er zo uit:

bron: Facebook Carrefour Schoten

Wij hebben echt massa’s kleingeld. In de tijd dat ik nog wel vaker cash betaalde, nam ik de tijd nooit om te kunnen passen. Dan kreeg ik altijd kleingeld terug, en dat gebruikte ik dan niet meer opnieuw. Het gevolg was dat het kleingeld zich hier thuis opstapelde. “We zullen er eens mee naar de bank gaan om dat te laten inwisselen,” was dan het voornemen. Maar ook dat is er nooit van gekomen. Dit is de ideale oplossing!

Vandaag gingen we het ding voor de eerste keer echt gebruiken. Ik begon enthousiast al mijn kleingeld erin te doen en hoe hoger het bedrag opliep, hoe enthousiaster ik werd. Blij als een kind was ik! Het voelt bijna als geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen. Maar dan was het ineens gedaan. “Out of order,” stond er op het machien. Dan maar schoorvoetend naar het onthaal. Schoorvoetend, want ik dacht echt dat ik het toestel kapot had gemaakt. Teveel muntjes ingegooid? We zaten al aan 50 euro. Ik schaamde me een beetje. Nog steeds schoorvoetend gaf ik toe dat het toestel niet meer werkte. “Ik ga dat ding buitengooien!” reageerde de jongedame van het onthaal direct. Oef het lag dus niet aan mij. Hopelijk gooit ze het niet echt buiten. Want we hebben nog heel veel kleingeld. Volgende keer weer 50 euro 🙂

Hoe cool zou het zijn dat je kan terugreizen in de tijd? Als het over dat onderwerp gaat, krijg je ook vaak de vraag wat je dan zou veranderen in het verleden. Ik denk dat ik misschien toch een aantal andere beslissingen zou nemen. Sommige dingen zou ik wel anders doen. Ik zou bijvoorbeeld zeker enkele van de vele jobs die ik heb gedaan niet meer opnieuw doen. En ik zou in 2013 een andere stageplaats zoeken. Misschien had ik dan wel nooit ME/cvs gekregen. Het zou zomaar kunnen..

Je zou weten wat er in de toekomst zou gebeuren. En daar kan je dan natuurlijk ook je voordeel mee doen. De Lotto winnen zou geen probleem zijn. Je zou misschien zelfs ook andere mensen kunnen waarschuwen dat ze iets beter niet of juist wel zouden doen. Maar zouden ze het dan wel geloven? Tijdreizen brengt waarschijnlijk ook veel vragen met zich mee.

In het echt kan het nog niet. Het zal wel nooit kunnen. Maar in tv-series kan alles. En Deja vu kan je nu op Streamz kijken. Het verhaal gaat over een gezin waarvan de tienerdochter zelfmoord heeft gepleegd. De ouders vragen zich af wat ze anders hadden kunnen doen om dat te verhinderen. En dan komt een geheimzinnige vrouw met het aanbod om terug te reizen in de tijd.

Ik heb nog maar de eerste twee afleveringen gezien, maar ik vind het echt spannend. Het verhaal zit heel goed in elkaar. Maar ook het element van tijdreizen doet me nadenken. Ik ga het echt wel verder kijken.

Dit is de trailer:

Maar ook al ga je terug in de tijd, het blijft soms onmogelijk om situaties te veranderen. Dat is wellicht de moraal van het verhaal.

Oh ja voor wie de Serie graag ook zou zien maar geen Streamz heeft. De serie komt normaal gezien binnen enkele maanden ook op Vier.

WOENSDAG 18 AUGUSTUS – Pukkelpop

Flashback naar 10 jaar geleden.

18 augustus 2011. Het is een drukkend warme dag. Ons nichtje Antonette, de dochter van mijn broer, blijft bij ons logeren. Samen met onze andere nichtjes Rune en Liese gaan we een dagje naar de speeltuin. Het is een zorgeloze en zomerse dag. Onze drie nichtjes leven zich samen uit. Het is leuk en het is gezellig. Als we Rune en Liese daarna naar huis willen brengen, zien we dat er wat donkere wolken komen. Het gaat regenen, dat is duidelijk. Maar een beetje regen, dat is toch niet erg.

Maar onderweg zien we het steeds donkerder worden. Het is namiddag maar het lijkt wel nacht. Dit heb ik nog nooit gezien. En dan breekt de hel los. Hagel, regen, wind, onweer… Het lijkt wel het einde der tijden. Op de achterbank is Liese (op dat moment 5 jaar) zich van geen kwaad bewust. We doen zelf ook alsof er niks aan de hand is, om haar niet ongerust te maken. Maar eigenlijk ben ik toch wel wat bang. Hoe erg gaat dit worden?

Gelukkig trekken de apocalyptische toestanden vrij snel weg. Maar dan besef ik ineens, alsof ik onbewust al weet wat er gebeurd is, dat ook Pukkelpop op dat moment volop aan de gang is. De berichten volgen niet veel later in het nieuws. Ook op het festivalterrein in Kiewit is de valwind gepasseerd, en niet zonder gevolgen… Vijf doden en tientallen gewonden. De Pukkelpopstorm zijn we tien jaar geleden nog niet vergeten.

ZONDAG 22 AUGUSTUS – Thuiskomen

Het bericht kwam een tijdje geleden en ging eigenlijk bijna onopgemerkt voorbij. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Terug naar volle tribunes in het Belgisch voetbal.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik er mijn twijfels bij had. We zijn anderhalf jaar met maatregelen bezig geweest. En dan gaat alles ineens langzaam maar gestaag naar normaal. En nu ineens gaan we met meer dan 20.000 in een stadion gaan zitten. Is dat geen te grote sprong ineens?

We kunnen er niet aan onderuit. We hebben ons abonnement voor dit seizoen maanden geleden al besteld. Dat kost ook wel nogal wat. En ja, we kunnen natuurlijk altijd beslissen om niet te gaan. Maar het moet er ooit eens van komen. Ik kan alleen maar hopen dat het echt veilig is.

Het is druk onderweg naar het stadion. Wanneer is het tegenwoordig eigenlijk niet meer druk in het verkeer? Ik heb de voorbije weken altijd file gehad onderweg naar waar ik ook was. Dus ik begin het stilaan ook wel gewoon te worden. En Waze leidt ons weer vlot rond de files. Langs Kraainem slaan we een stuk file van de Brusselse ring over. Zo gaat het vlot.

Normaal gezien proberen we altijd anderhalf uur voor de wedstrijd geparkeerd te zijn. Dat deden we voor corona ook al. Als we zo vroeg zijn vinden we altijd snel parking en hoeven we dus niet te stressen. Maar nu zijn we door de drukte toch iets later. Om 17u20 zijn we in de buurt van het stadion. Dat is 1u10 minuten voor de aftrap. En daar is dan weer bijna geen verkeer. Ik begin te twijfelen. Zijn we nu toch veel vroeger dan de rest? Of is iedereen er gewoon al? Er is opgeroepen om op tijd te komen door de vele controles voor de ingang van het stadion. We gaan het zien.

Er blijkt al veel volk te zijn. In de wijk waar we altijd parkeren staan toch al heel wat auto’s. Het is zelfs moeilijk om nog een vrij plekje te vinden, maar gelukkig kunnen we nog net parkeren.

Het is de derde keer dit seizoen dat we hier zijn. En toch voelt het nu al anders. Ik begin ineens te beseffen dat naar het voetbal gaan vanaf vandaag weer echt zoals vroeger gaat zijn. En ik weet nog steeds niet goed hoe ik mij daarbij moet voelen. Ik ben eigenlijk wel blij. En ik wil ook niet te veel meer aan corona denken. Ik hoop op een goeie match en een goeie ervaring. Tegelijk voelt het gewoon raar. Wat gaat dat dan niet zijn als we straks in de massa lopen en zitten?

Onderweg te voet naar het stadion lopen we eerst altijd een korte voetweg door. Dan een straat naar links. Dan weer naar rechts. En dan weer naar links. Elke hoek die we inslaan komen er meer supporters op ons pad. Het is echt niet te geloven dat we hier allemaal weer zijn. Iedereen onderweg naar het stadion. Het is meer dan anderhalf jaar geleden. En toch lijkt het nooit weggeweest te zijn. Ik heb vandaag echt soms moeite om te beseffen wat ik meemaak, en vooral te beseffen wat ik voel.

We zijn aan het stadion. Er wordt gevraagd om ons mondmasker op te zetten terwijl we onze weg naar de controle maken. Daar aangekomen staat vlak voor mij een kerel een hele uitleg te geven. Hij beschikt blijkbaar niet over het juiste bewijs. Hij probeert nog, maar het mag niet baten. Ik laat mijn covidsafe app scannen en ik mag verder. Er was nochtans gezegd dat ook de identiteitskaart zou gecontroleerd worden. Maar dat is blijkbaar niet het geval.

In normale omstandigheden begaven Sofie en ik ons altijd naar het frietkraam bij aankomst. Wij zijn altijd een heel eind onderweg en we moeten toch ergens eten. Maar nu staan aan alle kramen heel veel mensen samengetroept. Dat is het eerste moment dat ik voel dat het te veel volk samen is. Sofie lijkt net hetzelfde te voelen. We besluiten om nu nog niet te eten. We hebben nu toch niet echt honger. Misschien kunnen we straks nog iets komen halen als de match al bezig is.

In het stadion zit nog niet veel volk. Maar geleidelijk aan stroomt iedereen binnen. In de Noordtribune ziet dat er zo uit:

Het is natuurlijk ook anderhalf jaar geleden dat we nog op onze vaste plaatsen hebben gezeten. Hoe zou het eigenlijk met de andere abonnees in ons vak zijn? Komen de andere vaste supporters ook nog altijd? Het is nu eigenlijk niet dat we met andere supporters echt contact hebben. Tegen sommige mensen zeggen we wel eens iets, maar de meeste kennen we vooral omdat ze nogal opvallen. En omdat ik ze bijnamen geef.

Zo zit Fichenman al jaren achter ons met zijn vrouw en zijn zoon. Hij heeft altijd bij elke wedstrijd een hele uitleg klaar met feitjes die eigenlijk niemand interesseren. Zo heeft hij het ooit gehad over de scheidsrechter. Die was afkomstig van Dendermonde. Niemand die dat wist en niemand die het iets interesseerde. Maar Fichenman weet zo’n dingen. Hij pakt graag uit met zijn kennis over dingen waarvan ik mij afvraag waarom hij dat eigenlijk wil weten. Volgens mij heeft hij ergens een fichenbak met zo van die weetjes, en leert hij die voor elke wedstrijd vanbuiten. Daarom noem ik hem ook Fichenman. De ergernis van zijn vrouw is soms ook tot bij ons te merken. Zij vindt hem ook niet interessant, zo lijkt het. En vaak weet ze het zelfs echt beter. Dan wijst ze hem terecht als hij weer een speler van Club Brugge met de verkeerde naam aanduidt. Ja, het is soms lachen bij Club Brugge.

Er is ook Flappie. Flappie is een al wat oudere man die stil op zijn stoel zit te kijken naar de match, maar altijd steevast een wegwerpgebaar naar het veld maakt als een speler de bal achteruit speelt. Echt altijd. Hij vindt duidelijk dat de bal vooruit moet. Waarom dan Flappie? Euh ja… Hij heeft nogal opvallende oren. Soms moet je bijnamen niet ver zoeken.

Er zijn ook altijd drie zatte mannen, die altijd te laat komen en het grootste deel van de wedstrijd bier gaan halen. Twee van hen zijn maar een beetje zat, de derde is altijd heel erg zat. Die derde komt altijd het stadion binnen alsof hij de ster van de show is, terwijl hij naar zijn plaats waggelt. Iedereen kijkt ook echt naar hem. Maar dan vooral omdat hij zo belachelijk is.

En er is ook een oudere vent die bijna altijd naast mij zit. Hij komt altijd alleen naar de matchen. En hij irriteert mij mateloos. Hij is zo iemand die altijd contact en bevestiging zoekt als hij iets roept. Maar ik heb daar niet zoveel zin in eigenlijk. Hij hangt ook vaak tegen mij te hangen. Soms stinkt hij ook naar de drank. Hij roept altijd veel te luid vlak naast mij naar het veld, en spaart daarbij zijn mening over donkere spelers niet. Ik hoop dat hij er niet meer is.

Er is altijd een soort van build-up naar de wedstrijd. Dan speelt er altijd een playlist met dezelfde liedjes. Ergens in die playlist en niet lang voor de wedstrijd klinkt dan You’ll never walk alone. Er is vandaag opgeroepen om het voetbal-anthem massaal en zo luid mogelijk mee te zingen. En aan die oproep wordt gevolg gegeven. Ik zing luid mee. Het is een mooie samenzang. Maar ergens lijk ik zelfs nu nog altijd niet te beseffen dat we hier zijn.

De build-up gaat verder. De countdown weerklinkt. De spelers komen het veld op. De Pro League hymne weerklinkt. En het is dan dat het gevoel ineens door mij stroomt. We zijn hier echt terug. Het is als thuiskomen. Ik krijg echt letterlijk kriebels in mijn buik. Het is pas als je iets lang niet meer kan doen dat je beseft hoe je het mist. Dat hebben we het voorbije anderhalf jaar met heel veel dingen gehad. En dit is er ook eentje van. Ik laat het nog even tot me doordringen. En dan ben ik er klaar voor. We zijn hier terug. Nu verwacht ik ook een goeie match. We zijn Club supporters. Wij leggen de lat hoog. No sweat no glory.

Fichenman en zijn gezin zijn er niet meer. Achter ons zitten nu twee jonge gasten. Zij zijn als normale mensen over voetbal bezig. Dat is een grote verbetering. Flappie had ik al buiten gespot. Hij zit nu weer op zijn plaats schuin links voor ons. Na enkele seconden gaat de bal een eerste keer achteruit. Hij zucht maar beweegt voor de rest nog niet. Hij zal nog moeten wennen. De drie zatte mannen zijn twee zatte mannen geworden. Het zijn de twee die maar een beetje zat zijn. De derde is er niet meer bij. Is hij er toevallig niet bij of komt hij nooit meer terug?

Het zitje naast mij is vrij. De oudere vent lijkt er ook niet meer bij. En dat is toch wel een opluchting. Ik ben blij dat hij niet naast mij zit. Maar op deze manier lijken wij echt zelfs in dit volle stadion nog steeds in onze bubbel te zitten. De rij voor ons is volledig vrij. Sofie zit aan het gangpad, dus naast haar zit ook niemand. Naast mij is ook een stoeltje vrij. We hebben ademruimte.

Club Brugge begint goed aan de wedstrijd. Na vier minuten staat het al 1-0 dankzij Balanta. Maar dan lijkt het spektakel alweer voorbij. Het is iets dat ik bij Club Brugge vaak zie sinds Clement er coach is. Bij een voorsprong lijkt het alsof de spelers afwachten en de tegenstander laten komen. Ik heb dat niet zo graag. Ik wil aanvallend en dominant voetbal zien. De bal gaat nog eens achteruit. Flappie maakt weer een wegwerpgebaar. Alles is weer zoals vroeger.

Het heeft een simultaan effect op de gezangen in het stadion. De eerste minuten is er sfeer en hoor je dat iedereen extra luid wil gaan omdat we eindelijk terug zijn. Maar ook in de tribunes valt het al snel allemaal een beetje stil. Het verandert al snel in een wedstrijd van dertien in een dozijn. Het speciale gevoel is meteen ook een beetje weg.

De 2-0 schudt me bijna letterlijk wakker. Charles De Ketelaere scoort hem. Hij is de laatste tijd echt goed bezig. Het is voor mij het signaal om drinken te halen. Club staat nu toch 2-0 voor, dan kan ik al eens een paar minuten missen. Aan het drankkraam staat bijna niemand. Ik heb het perfecte moment gekozen. Als ik terug ben, zie ik hoe Club Brugge tegenstander Beerschot steeds meer laat komen. Echt gevaarlijk zijn ze niet. Tot ineens vlak voor ons een bal van heel ver recht in doel gaat. Is die bal er echt in? Ja hoor. Joren Dom maakt er met een prachtig doelpunt 2-1 van. Zo’n doelpunt zie je niet elke dag in het echt. We beleven toch iets vandaag.

Niet alles bij de matchen van Club Brugge is leuk. Iets waar ik me altijd mateloos aan erger zijn de passanten. Sommige supporters hebben de neiging om vanaf zo’n vijf minuten voor de rust (of voor het einde van de wedstrijd) al naar beneden en naar buiten te gaan. Zij moeten allemaal voorbij ons passeren. Op zich is dat niet zo’n groot probleem. De meeste gaan ook gewoon naar beneden de trappen af en kijken niet meer naar het veld. Maar sommige doen dat wel. En dan zien ze dat er ineens een kans komt en blijven ze staan. Vlak voor ons. En dan zien wij niks meer. Ik heb al vaak doelpunten op die manier gemist. Nu mis ik een overtreding en een rode kaart voor een speler van Beerschot. Want er staat er weer zo eentje voor mij te kijken. Dit is echt zonder twijfel de grootste ergernis in een voetbalstadion. En als je er mensen op aanspreekt, zijn ze nog kwaad ook.

Anyway. We gaan rusten bij 2-1.

Normaal gezien gaan we dan buiten om eten of drinken te halen. Maar nu blijven we zitten. Mijn klein autistisch kantje vindt het vervelend dat onze traditionele volgorde en onze vaste gebruiken helemaal niet gevolgd worden. Maar zo vermijden we alweer om in de massa te staan.

De tweede helft is begonnen en ineens zie ik hem komen. Oh nee, hij is daar echt. Die oude vent die altijd naast mij zit, komt naar ons toe. Als hij op de trappen gaat, zie ik dat hij moeite heeft om naar boven te komen. Het is niet (alleen) van ouderdom. De dranklucht zegt genoeg. Hij steunt op Sofie om verder te gaan. Hij komt niet naast mij zitten, maar zet zich vlak achter ons. Ik weet niet goed wat zijn bedoeling is, want daarnet zaten daar nog die twee jonge gasten die nu tijdens de rust eventjes weggegaan zijn. Die zullen niet blij zijn.

De oude vent laat zich gelukkig deze keer achter ons niet echt horen. Maar dan zijn de jonge gasten terug. Ze wijzen hem erop dat hij op hun plaatsen zit. Ik hoop maar dat hij nu niet naast mij komt zitten. Maar nee, hij zet zich op de rij voor ons die nog volledig vrij is. Bij een overtreding laat hij zich horen. Luid begint hij te roepen. Hij kijkt schuin achter zich in de hoop dat hij zijn geroep en zijn mening met iemand kan delen. Er komt niet echt reactie. En gelukkig kijkt hij niet naar mij. Of toch. Ineens kijkt hij achter zich naar de plaats naast mij waar hij vroeger altijd zat en waar volgens mij zijn vaste plaats is. Maar hij blijft toch zitten. Twintig minuten. En dan is hij weg. Weer bier gaan drinken? Waarom betaal je eigenlijk honderden euro’s voor een voetbalabonnement als je maar twintig minuten naar een wedstrijd komt kijken?

Tibo Persyn maakt er nog 3-1 van. En Beerschot maakt het nog spannend door nog terug te komen tot 3-2. Maar Club geeft de overwinning niet meer uit handen. En het is al bij al toch verdiend. We zijn eindelijk terug 🙂

MAANDAG 23 AUGUSTUS – Moeilijke beslissing

Ik ben in juni een serieuze uitdaging aangegaan. Ik ben begonnen aan de themadagen van Demiclowns. Sommige mensen keken vreemd op dat ik dat aandurfde. Maar ik hou tegenwoordig wel eens van een uitdaging. Zeker als het gaat over omgaan met personen met dementie. Dan kan ik altijd nog iets meer.

Ik had een goed gevoel na de eerste themadag. We hadden al enkele opdrachten gekregen waarbij we moesten proberen (figuurlijk) verbinding maken met iemand anders om die persoon dan zo te triggeren dat zij een belangrijke rol in hun leven (van vroeger) terug wilden en konden opnemen. Ik vond dat echt wel moeilijk. Maar ik probeerde het en het lukte nog wel.

De tweede themadag verliep een stuk moeilijker. Ik zat in die tijd ook in een mindere periode, fysiek en mentaal, na een loodzwaar semester in de opleiding. Het ging die dag naar mijn gevoel niet goed om de opdrachten uit te voeren. Na die dag ben ik aan veel dingen beginnen twijfelen. Ik ben helemaal niet zo creatief, en dat heb je wel nodig als je op zoek wil gaan naar de Demiclown in jezelf. En ik vond het echt moeilijk om een eigenschap uit te beelden.

In de weken daarna zat ik er heel de tijd mee in mijn hoofd. Ik wist niet meer hoe ik eraan moest beginnen. Ik voelde me steeds onzekerder. Ik moest op mezelf inpraten en mezelf vertellen dat ik dit toch wel zou kunnen. Ik ben een paar dingen beginnen uitproberen. Maar ik merkte al snel dat het voor mij allemaal een hele opgave aan het worden was.

En dat is jammer. Want ik ben twee jaar geleden begonnen aan de opleiding Begeleider-Animator voor Bejaarden en ik merkte meteen dat het echt mijn ding is. Dat zorgde ervoor dat ik steeds beter wou doen, dat ik mezelf op een heel goeie manier ontplooide, en dat had ook zijn effect op mijn persoonlijkheid en mijn zelfvertrouwen. Na de fysieke en mentale dip van een tijdje geleden wil ik eigenlijk vooral dat mijn zelfvertrouwen op een goed niveau blijft en dat ik graag blijf doen wat ik doe.

Ik dacht er daarom aan van toch maar niet verder te gaan met die themadagen van Demiclowns. Ik heb er met enkele mensen over gepraat. Er waren mensen die toch geloofden dat ik het zou kunnen en die mij probeerden te overtuigen om toch verder te gaan. En dat waardeer ik ook wel heel erg. Want dat betekent dat ze geloven dat ik het kan en dat ze mij niet graag zien opgeven. Er waren ook mensen die mij dan weer volgden als ik zei dat ik het te moeilijk vond. Ik vond het belangrijk om alles rustig op een rijtje te zetten. Ik wou niet te impulsief beslissen en ik wou graag de mening van enkele belangrijke mensen in mijn leven horen.

Ik was bang om te falen. Want “stoppen met iets”, dat voelt toch ergens ook een beetje als falen. Maar nu denk ik dat het juist een soort van overwinning is dat ik kan toegeven dat er iets is dat ik niet kan. Want je kan gewoon ook niet alles kunnen. En toegeven dat je iets niet kan, wil ook zeggen dat je erkent dat je weet dat je andere dingen wel weer kan. Dus daarom onthou ik graag het positieve. Ik voel me weer helemaal goed in mijn werk als vrijwilliger en stagiair, en ik ben weer vastbesloten om het goed te doen in het komende anderhalf jaar van mijn opleiding. Daar ben ik wel goed in.

Daarom heb ik nu toch maar beslist om niet meer verder te gaan met Demiclowns. Mijn respect voor de werking en voor de mensen die dit wél kunnen is de voorbije maanden alleen maar nog veel groter geworden. Het is zeker niet voor iedereen weggelegd. En het is mooi dat ze dit doen. Dat is ook nog iets positiefs dat ik wil meenemen.

Dit was een moeilijke beslissing. Ik vind het ook wel echt jammer. Maar tegelijk is het ook beter zo. En nu ga ik mij weer mentaal opladen voor het komende semester. Het wordt rustig. Ik ga maar twee vakken hebben. Maar elk semester opnieuw is een onvoorspelbare rollercoaster. We gaan zien wat het wordt. Ik ben er helemaal klaar voor!

Morgen ga ik weer een dag vrijwilligerswerk doen. Donderdag heb ik nog eens met een medestudente afgesproken en heb ik ook een afspraak bij de voedingscoach. En dit weekend gaan we nog eens Culinair genieten. Bij Culinair dus. Tot volgende week!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.