Mafie – week van maandag 15 maart tem zondag 21 maart

MAANDAG 15 MAART – Privacy

Ik begin nog eens met een dienstmededeling. Ik heb sinds de start van de BAB opleiding heel vaak over mijn stage geschreven. Ik vond het leuk om iedereen op de hoogte te houden, de stage is een groot deel van mijn huidig verhaal en ik merkte dat veel mensen het ook leuk vinden om te lezen.

Ik heb al een tijdje mijn stijl gevonden als begeleider/animator. Activiteiten doen kan soms heel nuttig zijn, maar het is niet altijd mijn prioriteit. Ik werk liever met de kleine dingen. Ik probeer er te zijn voor de bewoners, ik observeer en ga na waar ik het meest nodig ben. Ik zorg voor een (nodige) babbel of een vrolijke noot. Ik leer bewoners kennen en dat zet mij vaak ook weer aan het denken. Dan zoek ik naar nieuwe (kleine) dingen die ik ook weer voor die bewoners kan betekenen. Het is een systeem dat eigenlijk altijd bij mij in gang is.

Sinds we met mijn stageplaats verhuisd zijn naar het nieuwe gebouw, is die stijl die ik heb alleen nog maar versterkt. Meer dan vroeger ben ik eigenlijk te gast bij de bewoners thuis en doe ik mijn best om er dan ook voor te zorgen dat ze zich thuis en op hun gemak met elkaar en met collega’s voelen. Ik voel me heel goed in die rol, en ik krijg er de laatste tijd ook echt complimenten voor. Ik heb het gevoel dat ik waardering krijg voor wat ik doe, en dat bewoners en collega’s dit ook van mij verwachten.

Maar deze rol houdt ook in dat ik veel persoonlijke gesprekken heb met bewoners. Het houdt de laatste tijd ook in dat ik oplossingen te zoeken bij bewoners die onbegrepen gedrag vertonen. Dat is vaak nogal delicaat om over te praten op mijn blog. Vandaag ben ik in zo’n moeilijke situatie gekomen. Ik had me al voorgenomen om daar niet over te schrijven op mijn blog. Ik wil ook de regels van de privacy respecteren. En ik vind dat sommige dingen te persoonlijk zijn, en ik wil het vertrouwen van bewoners en hun familie ook graag behouden.

Ik ga nog steeds wel over mijn stage schrijven. Het is nog steeds een heel belangrijk onderdeel van mijn week. Maar ik ga niet meer in detail gaan over de bewoners. In mijn stage beleef ik heel wat ontroerende, mooie en grappige momenten. Ik hoor ook heel wat minder leuke dingen en ik kom ook al eens in moeilijke situaties. Maar ik denk dat jullie dat allemaal wel weten. Dus dat hou ik vanaf nu wat meer voor mezelf. En wees gerust. Er is nog meer dan genoeg om over te schrijven. Over stage. Maar ook over allerlei andere dingen.

DONDERDAG 18 MAART – Afscheid

Vandaag heb ik ook nog eens les op school. Dat gebeurt niet meer zo vaak en ik merk dat vroeg opstaan nu altijd weer wennen is. Maar ik heb geen keuze, ik moet er uit. Ik wil op tijd vertrekken zodat ik zonder stress de lange rit naar Antwerpen kan beleven. Ik zit graag zorgeloos in de auto met mijn favoriete muziek erbij. Als ik last-minute vertrek, dan zit ik mij op te jagen en dan is genieten ver weg.

Het is vandaag onderweg gelukkig heel rustig. Ik ging vroeger ook al met de auto naar school. Dan parkeerde ik mij aan de Kinepolis aan de Groenendaallaan, om daar dan de tram te nemen. Nu vind ik meestal makkelijk parking aan school, dus rij ik gewoon tot daar. Het is niet zo’n makkelijke route met enkele gevaarlijke verkeerssituaties. Maar ik heb het nu al een paar keer gedaan en dus weet ik hoe ik op die situaties kan anticiperen. Het is dus echt wel zorgeloos, want ik ben ruim op tijd.

We hebben vandaag Zorg voor het levenseinde. We zijn maar met vier voor dat vak en we kunnen dus op afstand zitten in het ruime klaslokaal. Het is de tweede les. Het gaat in dit vak over afscheid nemen, over de dood en over rouwen. Het is geen gemakkelijk vak, vooral emotioneel dan. Ik weet nog dat ik dat in die eerste les wel wat moeilijk vond. Niet dat ik het emotioneel moeilijk kreeg. Maar het vak en het onderwerp bleken toch eventjes zwaarder dan ik had gedacht.

Enkele maanden geleden maakte ik het op stage mee dat ik bij een bewoonster op de kamer kwam die in een diepe slap lag. Ik probeerde haar wakker te maken. Maar dat lukte niet meteen. Ik schudde voorzichtig met haar en zei haar naam een paar keer, maar ze reageerde niet. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik ben toen de kamer weer uitgegaan. Maar ik voelde mij daar helemaal niet goed bij. Ik ben toen opnieuw die kamer binnen gegaan. De bewoonster bleek gelukkig ondertussen al vanzelf wakker geworden. Maar die situatie hield me nog een tijdje bezig.

Ik heb er toen een werkinbreng over gemaakt voor Supervisie. Ik wist dat ik die werkinbreng zou moeten delen met mijn twee toenmalige medestudentes in die groep. En ik wist dus ook dat het over het overlijden van mijn ouders zou gaan. Ik had echt wel een beetje schrik over wat die Supervisie met mij zou doen, en hoe ik dat emotioneel zou overleven. Maar de twee medestudentes van toen reageerden echt op de mooiste manier dat ze het konden doen. We zaten met z’n drie in de klas en op afstand van elkaar. We hadden allemaal een mondmasker op. Ik deed mijn verhaal en ik hoorde mijn stem trillen. Zeker toen ik het echt over mijn ouders moest hebben. Ik voelde mijn gevoel. Maar ik bleef overeind.

Mijn medestudentes toonden zonder woorden hoe ze begaan waren met mij. Ze leken mij figuurlijk te dragen. Ze werden er zelf ook emotioneel van. Ze leken bijna mijn verdriet te dragen om het zo minder zwaar voor mij te maken.

Ik reed na die Supervisie naar huis en moest alles eventjes laten bekomen. Het gevoel had mij niet overspoeld. Integendeel eigenlijk. Het leek alsof ik mijn historie over de dood van mijn ouders sterker dan ooit had gedragen. En dat heb ik toen bijgeleerd. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mijn emoties alleen moest beleven als het over mijn ouders ging. Maar eigenlijk deel ik op dat moment mijn gevoel met andere mensen, en dat maakt het draaglijker. Ik heb gemerkt dat ik sindsdien veel minder moeite heb met de dood. Ik doe stage in een woonzorgcentrum en het is onvermijdbaar dat er regelmatig bewoners overlijden. Ik kan daar goed mee omgaan, ondanks dat het soms wel eens bewoners zijn waar ik het echt goed mee heb kunnen vinden.

Die eerste les van Zorg voor het levenseinde is me op dezelfde manier meegevallen. Ik hoorde in die eerste les heel herkenbare dingen die mij terugbrachten in de tijd. Ik dacht terug aan het overlijden van mijn ouders. Maar ik dacht ook terug aan andere overlijdens en andere situaties.

Vandaag is het alsof iedereen een beetje anders in de les zit dan de vorige keer. Vorige keer bracht de docente haar les en deelde ze haar ervaringen. Ik zat er toen zo’n beetje bij en ik zei weinig. Vandaag lijkt het alsof we allemaal onze eigen ervaringen met elkaar willen delen. In deze les delen we nog veel meer onze eigen ervaringen. We moeten voor dit vak ook een rouwkoffer maken. Medestudente Pascale is al goed op weg en vertelt wat ze al allemaal verzameld heeft. Ik zat voorlopig nog een beetje vast met die taak. Maar nu ik haar zo hoor babbelen, heb ik ook veel zin om eraan te beginnen.

Iedereen weet het ondertussen wel. Ik ben mijn beide ouders lang geleden verloren. Mijn vader overleed toen ik 17 was. Mijn moeder een maand na mijn 21ste verjaardag. Ik heb de dood altijd zo’n beetje gemeden. Ik was altijd heel open om over mijn ouders en hun overlijden te praten. Maar ik had altijd schrik voor mijn eigen emoties.

Tijdens mijn eerste stagemodule in 2013 maakte ik het mee dat er een bewoonster overleed tijdens mijn activiteit. Het was het allereerste overlijden dat ik meemaakte tijdens die stage, en het is toen veel te hard aangekomen. Nu heb ik overlijdens meegemaakt van bewoners die mij erg nauw aan het hart liggen. Ik word daar echt wel door geraakt. Maar ik kan het aan. Ik draag het.

Ik ben dus echt veranderd. Ik leer in deze opleiding echt veel meer dan alleen een goeie begeleider/animator te zijn. Ik merk dat ik steeds meer een betere versie van mezelf word. En daar ben ik echt trots op. En daarom geef ik nooit op. Nooit.

ZATERDAG 20 MAART – Flashback

Exact een jaar geleden kwam er abrupt een einde aan mijn stage door corona. Dat kan je hier lezen: https://drinknalu.wordpress.com/2020/03/23/dowhatyoucan-week-van-dinsdag-17-maart-tem-maandag-23-maart/

Ik heb deze week al elke dag aan die 20ste maart teruggedacht. Ik zit er ook nog een klein beetje mee in dat ik dat ooit nog eens ga beleven.

Ik heb het er niet om gedaan vooraf. Maar vandaag, op 20 maart 2021, begin ik ook opnieuw stage te doen op zaterdagen. En dat voelt vandaag echt een beetje symbolisch. Vorig jaar had ik het gevoel dat ik mijn collega’s en de bewoners in de steek moest laten. Vandaag ben ik er op zaterdag, op een dag dat er minder personeel is en dat de bewoners minder te beleven hebben. Ik ben blij dat ik hen op zo’n zaterdag extra kan helpen. En ik weet nog van vroeger dat de sfeer op zaterdag eigenlijk gewoon ook nog veel beter is dan anders. Ik heb er zin in.

Maar het is niet mijn meest georganiseerde ochtend. We hebben geen ontbijt in huis. Ik moet dus nog koffiekoeken halen. Dat zorgt voor heel veel vertraging. Ik begin normaal gezien om 9 uur. Het is al bijna halftien als ik er eindelijk ben. Ik ben nu eigenlijk officieel vrijwilliger. En het is niet zo’n groot probleem als ik dan eens te laat kom. Maar toch voel ik me er niet goed bij. Dat zorgt er ook voor dat ik nogal opgejaagd binnen kom.

Ik kom meteen mijn collega Linda tegen. Linda is een van mijn leukste collega’s. Ze heeft me al gezegd dat ze me gaat helpen vandaag met een taak. Voor die taak moet ik even in het dossier van een bewoonster kijken. Linda neemt me mee naar de computer en toont me alles wat ik moet weten. Ik overleg samen met haar welke informatie belangrijk kan zijn voor de taak. Ik zie Linda eigenlijk niet zo heel vaak. Maar ze is bijzonder omdat ik heel goed met haar samenwerk, omdat ik heel goed met haar klik en omdat ik zo’n beetje onder haar vleugels kan blijven. Dat vindt zij stiekem ook wel leuk, dat weet ik 🙂

Ik heb een missie vandaag. Ik wil de Beleef-TV vinden. Ik heb tot aan de verhuis altijd heel veel activiteiten met die Beleef-TV gedaan, van muziekactiviteiten tot reminiscentie. Sinds de verhuis lijkt niemand te weten waar die verzeild geraakt is. Bewoners snakken soms naar hun favoriete muziek. En in huisje 3 zitten nieuwe bewoners die ik heel graag eens via Google Streetview zou meenemen naar hun vroegere woonplaats. Ik ga bij enkele collega’s langs, maar niemand weet waar die Beleef-TV staat. Ik geloof hen ook wel. Maar ik zou als (stagiair) begeleider-animator dit toch moeten weten. Ik blijf zoeken.

Ik ga langs op huisje 3. Dat is sinds kort ook echt mijn favoriete huisje. En dat komt vooral door Claudia. Ook Claudia is een van mijn leukste collega’s. Ik kende haar enkele maanden geleden als stagiaire en nu werkt ze op mijn stageplaats. Ze staat meestal alleen op huisje 3. Dan kom ik haar vergezellen en met haar samenwerken. En met Claudia voelt het ook echt als samenwerken. We praten samen over de bewoners en kijken wat we voor hen kunnen betekenen. Claudia vertelt haar ervaringen en ik kijk samen met haar wat we daarmee kunnen doen. En ook met Claudia klikt het heel goed.

Huisje 3 is ook de laatste leefwoning die in gebruik genomen is. Hier komen systematisch allemaal nieuwe bewoners. En dat is ook heel interessant. Ik leer al die bewoners nu zo goed mogelijk kennen. Ik doe mijn best om te weten te komen wat ik voor hen als begeleider kan betekenen. En Claudia helpt mij daarbij. Het zit goed in elkaar in huisje 3. Ik zou het eigenlijk echt wel leuk vinden mocht ik ooit op dit huisje staan als werknemer. Samen met Claudia 🙂

Maar nu ben ik nog een soort van “vlinder”, zoals het onder collega’s genoemd wordt. Ik kom in huisje 1, 2 en 3 en dat bevalt me ook wel prima. Ik zie de meeste collega’s nog heel vaak. En ik zie de meeste bewoners van vroeger op de afdeling op deze manier ook nog altijd terug.

Ik blijf maar een halve dag vandaag. Als ik bijna wil vertrekken, kom ik Annick nog tegen. Da’s ook al zo’n toffe collega. Ik ben al onderweg naar huis. Zij gaat terug naar de leefwoning waar ze staat. Als ze al bijna verdwenen is, draait ze zich nog eens om. Ze zegt me dat ik moet blijven volhouden. Ik weet meteen wat ze bedoelt. Ik vind het de laatste tijd niet zo gemakkelijk met al die taken, met de vele lessen en dan ook nog eens een dag stage erbij. Het doet deugd om dit van Annick te horen. Ik zeg haar dat het wel zal lukken en dat ik niet ga opgeven. Annick heeft mij weer een klein beetje extra energie gegeven 🙂

Ik heb vandaag eigenlijk geen seconde meer gedacht aan die 20ste maart van vorig jaar. Ik stap buiten. Mijn gevoel is zo anders dan een jaar geleden. Ik heb van in het begin van mijn stage veel complimenten gekregen van collega’s. Ze vonden mij al meer een collega dan een stagiair. Het heeft eigenlijk lang geduurd voor ik dat zelf ook kon geloven. Ik vond het zo vanzelfsprekend wat ik deed, maar blijkbaar deed ik het wel al goed. Na een tijd vond ik dat moeilijk omdat ik het gevoel had dat ik misschien al aan mijn top zat en niet meer beter kon. Maar nu zie ik dat ik weer echt stappen zet. Ik werk beter dan ooit samen met collega’s. Ik babbel niet zo maar met bewoners, ik zorg ervoor dat ik echt iets kan betekenen voor hen. Ik ontferm me over mijn medestudenten en ik stel hen gerust.

Ik kan nu eindelijk echt wel zien dat ik goed bezig ben. Maar ik blijf erbij dat ik het nooit zou gekund hebben zonder mijn fantastische collega’s. Zij dragen mij. En ik draag hen. Wij zijn familie. Merci!

Sofie wordt vandaag gevaccineerd met Astra Zeneca. Ik heb natuurlijk ook de berichtgeving rond dat vaccin gevolgd. Ik heb gemerkt hoe enkele mensen zich compleet hebben laten misleiden door onbetrouwbare bronnen en allerlei berichten hebben verspreid die nauwelijks steek hielden. Astra Zeneca heeft inderdaad bij sommige mensen tromboses veroorzaakt. Bij ongelooflijk weinig mensen. Je hebt meer kans om een trombose te krijgen als je de pil pakt.

Sofie krijgt dan ook vooraf de vraag of ze bloedverdunners neemt. Want dat zijn die paniekzaaiers natuurlijk vergeten te vermelden. De kans op een trombose is het hoogst bij mensen die daar al een verhoogd risico op hebben. Ze gaan die mensen natuurlijk niet met Astra Zeneca vaccineren. Gezond verstand is er meestal wel bij artsen en verplegers. Iets minder bij paniekzaaiers.

Na de vaccinatie gaan Sofie en ik naar de winkel. We zijn nog maar net binnen als ze ineens perplex blijft staan. “Is er iemand ziek?” lijkt ze wat vertwijfeld en tegen niemand specifiek te zeggen? Oei, Astra Zeneca slaat al toe. Het heeft Sofie haar hersenen aangetast. Het heeft haar DNA veranderd. Dit is waarschijnlijk een paranoia reactie als bijwerking.

“Is er iemand ziek?” Ik herhaal de vraag van Sofie terwijl ik haar vragend aankijk, om te tonen dat ik niet helemaal begrijp wat ze bedoelt. Sofie schiet in een lach. Niks DNA veranderd. Niks hersenen aangetast. Sofie heeft in haar achterhoofd dat ze nog een kaartje voor iemand die ziek is moet kopen, maar ze weet niet meer om wie het gaat. Het blijkt uiteindelijk haar grootmoeder te zijn. We kunnen met een gerust hart verder winkelen. Niemand is ziek voor de rest.

Of toch. Sommige mensen krijgen in deze tijden ineens een aanval van arrogantie en onverschilligheid. We stappen richting uitgang van de Carrefour. Op de grond zijn al een jaar grote pijlen geplakt om aan te duiden hoe je moet lopen als je binnenkomt of buitengaat. Van ver zie ik al een kerel in de verkeerde richting komen. Ik kan daar niet zo goed mee om. Ik zet mij schrap met mijn kar. Ik heb zin om gewoon door hem heen te lopen. Maar hij raakt me toch nog voorbij. Terwijl hij me passeert, kijk ik veelzeggend naar de pijl op de vloer waar ik net over stap. De kerel begint te lachen. “Ik heb het gezien,” zegt hij onverschillig. Ik begin zelf ook te lachen. Wat een debiel. Morgen komt hij in het nieuws. In het getal bij “Aantal besmettingen”. Ik wens het hem toe. Dat hij dan nog maar eens aan dit moment denkt. En ik hoop dan maar dat hij onderweg niemand besmet.

Vind je dat ik overdrijf? Mensen kunnen de regels al eens per ongeluk vergeten, en daar zou ik misschien zelfs nog begrip voor hebben. Maar dat je op deze manier een regel rond corona doelbewust overtreedt zonder dat daar een reden voor is, en dat je daar nog mee kan lachen ook, dat gaat er bij mij niet in.

Ik ga over iets anders beginnen. Want ik word er kwaad van.

ZONDAG 21 MAART – Mafie

Blind Getrouwd. Ja ik kijk daar naar. Ik heb al bijna elk seizoen gezien. En ik kijk dus ook nu weer.

Ik erger me elk jaar aan minstens één koppel. Het is dit seizoen niet anders.

bron: nieuws365.be

Candice en Marijn. Zij is een diva die je alleen maar tevreden kan houden als je alles doet zoals zij dat wil. Zij die zichzelf fantastisch vindt, maar enkel uitblinkt in wat oppervlakkig gelach en geflirt. Zij met een irritante stem die mij overal op mijn lichaam ineen doet krimpen. Hij die duidelijk blind is. En getrouwd ook ja. Marijn weet duidelijk nog niet goed waar hij aan begonnen is. Dat wordt een echte sloef.

In deze aflevering komen de zus van Marijn en de zus van Candice samen op bezoek. Een van de twee verzint Candijn, zo’n samentrekking van hun twee namen om hen als koppel te benoemen.

Ik heb er over mij en Sofie nog nooit over nagedacht. Matthias en Sofie. Wat moet dat dan worden? Gevonden! Mafie.

Het is vandaag ook de eerste aflevering van De Mol. Die eerste aflevering zorgt altijd vooral voor veel verdachten en voor veel verwarring. Eerst denk ik dat Sven de Mol is. Maar ik heb in de voorbije seizoenen geleerd dat je niet te veel mag kijken naar kandidaten die te veel in beeld mollen. Dat doen de makers juist om verwarring te zaaien. Een echte mol valt in het begin nauwelijks op.

De Mol is dit seizoen Jasmien. Ze neemt een Spaanse helm en kijkt recht naar de naam van Samina, maar ze legt de helm terug alsof ze het niet gezien heeft. Het moment gaat onopvallend voorbij en wordt niet benoemd. Dat zegt voor mij genoeg. Jasmien is De Mol.

bron: showbizzsite.be

Ik heb heel lang geschreven aan mijn blog deze week. Ik had eerst maar liefst 4.900 woorden. Dat zou een nieuw record zijn en was toch een beetje te lang. Dus heb ik wat dingen moeten schrappen.

Gisteren was het 22 maart. Vijf jaar na de aanslagen neem ik jullie volgende week nog eens mee naar hoe ik die noodlottige dag beleefd heb. Ik heb donderdag weer een hele dag les. Vrijdag is zoals altijd een stagedag. En volgend weekend start de F1 ook eindelijk weer. Nu heb ik genoeg geschreven. Tot volgende week!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.